
Aanbestedingen in de bouw en infra gaan al lang niet meer alleen over de laagste prijs. Opdrachtgevers kijken steeds vaker naar CO2-uitstoot en stikstof. Wie minder uitstoot en dat kan aantonen, maakt meer kans op een opdracht. Dat is de kern van de CO2 Prestatieladder.
Maar wat is de CO2 Prestatieladder precies? Hoe werkt het systeem van treden? Wat levert een hogere positie op bij aanbestedingen? En wat moet je als aannemer of vervoerder kunnen aantonen? Dat lees je hier.
De CO2 Prestatieladder is een certificeringssysteem voor bedrijven die willen aantonen hoe ze omgaan met hun CO2-uitstoot en wordt beheerd door SKAO, de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen.
Het werkt als volgt: een bedrijf brengt zijn CO2-uitstoot in kaart, stelt reductiedoelen en laat zich extern auditeren. Hoe ambitieuzer de aanpak, hoe hoger de trede op de ladder. En hoe hoger de trede, hoe meer gunningsvoordeel bij aanbestedingen.
Voor overheden en opdrachtgevers is de ladder een inkoopmiddel. Ze gebruiken het om bij aanbestedingen te sturen op duurzaamheid, niet alleen op de laagste prijs, maar ook op aantoonbare CO2-reductie. Voor bedrijven is het een managementsysteem: een structuur om uitstoot inzichtelijk te maken, doelen te stellen en resultaten te boeken.
Het idee erachter is eenvoudig. Wie minder uitstoot en dat kan onderbouwen, staat sterker bij aanbestedingen. Dat maakt investeren in reductie financieel aantrekkelijk en zorgt voor een prikkel die verder gaat dan regelgeving alleen.
Begin 2025 bracht SKAO een nieuwe versie van de CO2 Prestatieladder uit. De vijf niveaus van het oude systeem maakten plaats voor drie treden. Een bewuste keuze, want het systeem moest eenvoudiger leesbaar zijn, maar tegelijk ambitieuzer voor bedrijven die al verder zijn in hun klimaataanpak.
De vernieuwing sluit ook aan op wat er internationaal speelt. Denk aan de Europese CSRD-richtlijn en de klimaatdoelen van Parijs. Bedrijven die al met die kaders werken, kunnen de CO2 Prestatieladder daar nu beter op aansluiten.
Nieuw instappen kan nog steeds zonder grote drempel. Trede 1 vraagt een vergelijkbare inspanning als de lagere niveaus van de oude versie. De ambitie neemt pas echt toe naarmate je verder de ladder op gaat.
De CO2 Prestatieladder versie 4.0 werkt met drie treden. Elke trede stelt concrete eisen aan inzicht in de eigen uitstoot en aantoonbare reductiedoelen. Hoe hoger de trede, hoe zwaarder die eisen.
Trede 1
De eerste trede is het startpunt. Een organisatie brengt de eigen CO2-uitstoot in kaart: voertuigen, werktuigen en gebouwen. Naast inzicht vraagt trede 1 om concrete reductiedoelen en aandacht voor CO2-bewustzijn door de hele organisatie. Niet alleen op directieniveau, maar ook op de werkvloer.
Trede 2
Trede 2 gaat een stap verder. Een organisatie kijkt niet alleen naar de eigen uitstoot, maar ook naar wat er in de keten gebeurt: bij leveranciers, onderaannemers en klanten. De focus ligt op de plek waar de grootste CO2-winst te behalen is.
Daarbij hoeft een organisatie niet alle emissies volledig mee te nemen. De aandacht gaat naar het deel met de meeste impact. Dat verschilt per organisatie. Een aannemer met veel bouwmachines kijkt anders dan een ingenieursbureau of een logistiek bedrijf.
Naast een bredere inventarisatie is een klimaattransitieplan verplicht, met doelen voor de komende vijf tot tien jaar.
Trede 3
Trede 3 stelt de zwaarste eisen. Het doel is nul uitstoot, uiterlijk in 2050. Niet als streven, maar als aantoonbaar doel met concrete tussenstappen en actieve samenwerking in de keten. Voor organisaties die al ambitieuze klimaatdoelen hebben, is trede 3 de volgende logische stap.
De CO2 Prestatieladder wordt ingezet door opdrachtgevers die bij aanbestedingen willen sturen op duurzaamheid. Dat zijn vooral overheden: denk aan gemeenten, provincies en rijksinstanties.
Voor aannemers en vervoerders betekent dit dat de kans groot is dat ze bij een aanbesteding te maken krijgen met de ladder als gunningscriterium. Wie dat verwacht, doet er goed aan zijn emissies al van tevoren inzichtelijk te hebben.
Aanbestedende diensten belonen bedrijven die een hoger ambitieniveau aantonen met een fictief gunningsvoordeel. Dat betekent dat een aannemer met een hogere trede op de ladder een lagere effectieve prijs kan bieden dan de concurrent, zonder de werkelijke prijs te verlagen.
Een concreet voorbeeld van een opdrachtgever: Rijkswaterstaat is een van de grootste opdrachtgevers in de Nederlandse bouw- en infrasector en gebruikt de CO2 Prestatieladder actief als gunningscriterium. Aannemers die aantonen dat ze hun uitstoot verminderen, krijgen een fictieve korting op hun inschrijfprijs. Hoe hoger de trede, hoe groter het voordeel.
Vanaf 1 juli 2026 hanteert Rijkswaterstaat handboek 4.0 voor nieuwe aanbestedingen. De fictieve kortingen zijn als volgt:
Als een aannemer na gunning het beloofde ambitieniveau niet haalt, volgt een sanctie van 1,5 keer het genoten voordeel. De prikkel om de toezegging waar te maken is dus reëel.
Op een project van 20 miljoen euro betekent trede 3 een fictieve korting van 1,2 miljoen euro op de inschrijfprijs. Dat kan het verschil zijn tussen winnen en verliezen.
Wie bij een aanbesteding gunningsvoordeel wil behalen, hoeft niet per se een certificaat te hebben. Er zijn twee manieren om aan te tonen dat aan het gevraagde ambitieniveau wordt voldaan.
De eerste is een projectverklaring. Een auditor toetst na afloop of het project is uitgevoerd volgens de gestelde eisen. Dit is een optie voor bedrijven die de ladder eenmalig willen inzetten zonder de hele organisatie te certificeren.
De tweede is een CO2 Prestatieladder certificaat. Daarmee toont een organisatie aan dat zowel de organisatie als de projecten die ze uitvoert voldoen aan het beloofde ambitieniveau. In de praktijk kiezen de meeste bedrijven voor deze optie, omdat het certificaat ook bij andere aanbestedingen ingezet kan worden.
De basis voor een CO2 Prestatieladder certificering is betrouwbare CO2 rapportage. Die rapportage moet worden opgesteld op basis van een erkende rekenmethode en aantoonbare emissiedata.
Voor bouwbedrijven, aannemers en vervoerders zit die data al in de voertuigen en machines zelf. Brandstofverbruik, draaiuren, kilometers en AdBlue worden geregistreerd via de boordcomputer. De stap die veel bedrijven nog missen is de automatische omzetting van die operationele data naar betrouwbare emissierapportage. Per project, per periode.
Flowter zet die stap automatisch. De rekenmethode zet de data van voertuigen en machines om naar CO2, NOx en NH3 per projectlocatie en periode, en sluit aan op de standaarden die markt en overheid hanteren. GPS-Buddy heeft haar IT-controls met betrekking tot de emissie- en rapportagemethodiek onafhankelijk laten beoordelen binnen een ISAE 3000 assurance-traject, uitgevoerd in samenwerking tussen TÜV NORD Nederland en haar partner Diggle BV. Het rapport is exporteerbaar in PDF, XLSX of CSV en direct te delen met een auditor, opdrachtgever of vergunningverlener. Zo liggen de emissiecijfers klaar op het moment dat ze gevraagd worden. Zonder handmatig werk en zonder discussie over de gehanteerde methode.
Inzicht in uitstoot is waardevol, ook los van aanbestedingen. Wie weet wat voertuigen en machines uitstoten, weet ook waar brandstof wordt verspild, waar winst te behalen is en hoe de operatie efficiënter kan. Flowter brengt al die data samen op één platform. Van emissierapportage en brandstofverbruik tot rijgedrag, locatie en draaiuren. Zo stuur je niet alleen op tenders, maar ook op kosten, efficiëntie en veiligheid.
Meer weten over de emissierapportage in Flowter?
Boek een demo Lees meer over de oplossing
Let op: dit artikel is gebaseerd op de situatie per mei 2026. De situatie kan wijzigen. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de hand van dit artikel. Dit artikel is gebaseerd op informatie van SKAO de beheerder van de CO2 Prestatieladder in Nederland. Ook is informatie gebruikt van Rijkswaterstaat. Raadpleeg voor de meest actuele informatie de officiële website: co2-prestatieladder.nl.