
Sinds 21 december 2025 moeten overheden verkeersinformatie als digitale data beschikbaar stellen, zodat navigatiesystemen en voertuigen die direct kunnen gebruiken. Dat staat in de vernieuwde ITS-Regeling. Tot en met 2028 wordt die verplichting stap voor stap uitgebreid naar meer soorten informatie en meer wegen.
In dit artikel staat wat de ITS-Regeling inhoudt, wat er al bestond, welke gegevens eronder vallen, wat er wanneer verandert en welke organisaties erbij betrokken zijn. Ook komt aan bod hoe verkeersinformatie in de navigatie terechtkomt, waarom dat niet altijd goed gaat en wat dit betekent bij wegwerkzaamheden.

De ITS-Regeling is de Nederlandse uitwerking van de Europese ITS-richtlijn. ITS staat voor Intelligente Transportsystemen: systemen die verkeersinformatie gebruiken om reizigers te informeren en verkeer veiliger en vlotter te laten verlopen. Denk aan navigatie, routeplanners en snelheidsassistentie in de auto.
De basis is Richtlijn 2010/40/EU. Op 22 november 2023 is die herzien met Richtlijn (EU) 2023/2661. Lidstaten moesten de herziening uiterlijk 21 december 2025 omzetten in nationaal recht. Nederland deed dat met een wijziging van de ITS-Regeling, gepubliceerd in de Staatscourant van 18 november 2025 en van kracht sinds 21 december 2025.
Wat is er nieuw?
Tot 21 december 2025 hoefden partijen verkeersinformatie alleen te delen als die al digitaal en machineleesbaar beschikbaar was. Stond een snelheidslimiet alleen in een pdf van een verkeersbesluit, dan hoefde die niet als data te worden aangeleverd.
Dat is veranderd. Partijen moeten verkeersinformatie nu zelf omzetten naar een digitaal machineleesbaar formaat, ook als die alleen in een document staat. Machineleesbaar betekent: direct te lezen en te verwerken door IT-systemen en apps, zonder extra conversiestap. De data komt grotendeels samen bij het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW), dat haar beschikbaar stelt aan onder meer navigatiediensten.
Dat gebeurt in stappen. Eerst geldt de plicht alleen voor verkeersregels die nieuw zijn of veranderen. Later moeten ook bestaande regels digitaal, zoals snelheidslimieten die al jaren gelden. Welke stap wanneer geldt, staat verderop in dit artikel.
De regeling verplicht niet om informatie te verzamelen die er nog niet is. Het gaat om informatie die een wegbeheerder vanuit zijn taak al heeft, zoals een genomen verkeersbesluit.
Wat is het verschil tussen ITS en RTTI?
In berichten over dit onderwerp komen twee afkortingen voor: ITS en RTTI. De ITS-richtlijn is het kader. Die bepaalt dat verkeersinformatie digitaal beschikbaar moet zijn en welke gegevens dat vanaf wanneer betreft. Een richtlijn moet elk land omzetten in eigen regelgeving; in Nederland is dat de ITS-Regeling.
RTTI staat voor Real-Time Traffic Information. Het is een gedelegeerde Europese verordening onder de ITS-richtlijn: Verordening (EU) 2022/670, voor EU-brede realtime verkeersinformatie. Een verordening geldt direct in alle lidstaten. RTTI legt vast om welke verkeersinformatie het gaat en hoe die wordt aangeleverd. Snelheden, afsluitingen en wegwerkzaamheden vallen daaronder.
Naast RTTI zijn er nog drie verordeningen onder de ITS-richtlijn: voor verkeersveiligheidsinformatie (SRTI), voor parkeerplaatsen voor vrachtwagens (SSTP) en voor multimodaal reizen (MMTIS).
Wie moet wat?
De regeling legt verplichtingen bij twee groepen:
De ITS-Regeling begint niet bij nul. Nederland deelt al jaren verkeersinformatie digitaal, alleen nog niet volledig en niet overal op dezelfde manier.
Volgens de toelichting bij de ITS-Regeling zijn de meeste gegevenstypen al digitaal beschikbaar. Het werk zit vooral bij wegbeheerders: hun besluiten en meldingen bestaan nog niet altijd in het juiste digitale formaat. Dat vraagt om aangepaste werkprocessen en systemen.
De verplichting geldt voor 27 gegevenstypen, verdeeld over vijf groepen.
Voor wegbeheerders zijn vooral de eerste drie groepen van belang.
Gaat het ook om verkeersborden?
Niet rechtstreeks. Verkeersborden zijn geen gegevenstype. Het gaat om de verkeersregel die een bord aangeeft, en waar die regel geldt. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata schrijft in zijn handreiking dat er vanuit de ITS-richtlijn geen verplichting komt om verkeersborden te digitaliseren.
In de praktijk hangen ze wel nauw samen. Snelheidslimieten en andere wegkenmerken worden vaak afgeleid uit de verkeersborden in de landelijke database. De locatie van een bord bepaalt voor welk deel van de weg en welke rijrichting een regel geldt. Dat maakt een juiste en actuele bordlocatie belangrijk, ook al staat die niet als losse eis in de wet.
De verplichting wordt in stappen ingevoerd, volgens de deadlines in bijlage III van Richtlijn (EU) 2023/2661. Per gegevenstype gelden twee soorten deadlines:
Voor tijdelijke situaties, zoals afsluitingen, wegwerkzaamheden en veiligheidsmeldingen, geldt alleen de eerste soort. Oude meldingen hoeven niet alsnog te worden aangeleverd.
Voor een paar gegevenstypen staat nog geen datum vast waarop ook bestaande gegevens digitaal moeten zijn. Dat geldt onder meer voor milieuzones, toegangsbeperkingen en regels voor het leveren van goederen. De Europese Commissie stelt die datum later vast.
Er is geen centrale instantie die alles regelt. Verkeersinformatie ontstaat bij elke wegbeheerder afzonderlijk en loopt via meerdere organisaties naar de weggebruiker. Elke partij heeft een eigen rol.
Het Europees Parlement en de Raad stellen de ITS-richtlijn vast. De Europese Commissie stelt de vier onderliggende verordeningen op, waaronder RTTI.
Het ministerie zet de richtlijn om in de ITS-Regeling. Het is formeel het nationaal toegangspunt.
Wegbeheerders zijn Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en waterschappen. Zij nemen verkeersbesluiten en leveren de gegevens aan.
NDW verzamelt de verkeersdata en stelt die beschikbaar, onder meer aan navigatiediensten. Het beheert MELVIN, George, de verkeersbordendatabase en de ITS-scope viewer. Die laatste is de digitale kaart die laat zien op welke wegen de verplichtingen gelden.
NDW is een samenwerking van 19 overheden: Rijkswaterstaat, de twaalf provincies, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vervoerregio Amsterdam en Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
NTM is het Nederlandse National Access Point. Het maakt via het Register Mobiliteitsdata vindbaar welke data er is en bij wie. Ook beheert NTM de gegevenscatalogus.
Het NWB is de digitale basiskaart van alle openbare wegen. Verkeersregels worden aan deze kaart gekoppeld.
Het LVMB is opdrachtgever namens de wegbeheerders voor het RVM-netwerk. Dat is het wegennet waarop de verplichtingen voor verkeersregels in Nederland gelden.
VNG en IPO organiseren de inbreng van gemeenten en provincies.
DOVA levert data over ov-haltes en stations.
CROW is het kennisplatform voor infrastructuur en verkeer. Het stelt richtlijnen en adviezen op.
De RDW is toezichthouder op de eerdere ITS-verplichtingen.
Aannemers plaatsen tijdelijke maatregelen. Namens wegbeheerders voeren zij meldingen in MELVIN in.
Navigatiediensten, in-car systemen en autofabrikanten gebruiken de data. Autofabrikanten delen ook zelf gegevens, bijvoorbeeld als sensoren een glad wegdek detecteren.
NDW, NTM en NWB vormen samen één gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie voor mobiliteitsdata. In het kort: wegbeheerders en aannemers leveren aan, NDW verzamelt en verspreidt, NTM maakt vindbaar wat er is, en het NWB is de kaart waarop alles wordt vastgelegd.
Wat is het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata?
Om al die partijen te laten samenwerken, bestaat het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata (DSM). Daarin werken overheden, uitvoeringsorganisaties zoals NDW en marktpartijen zoals navigatiediensten samen. Ze maken afspraken over wie welke data aanlevert en in welke kwaliteit. De overheden die deelnemen, betalen samen voor het stelsel.
Voor vaste verkeersregels, zoals een nieuwe maximumsnelheid, loopt de informatie in de praktijk via deze stappen:
Tijdelijke situaties lopen via een ander spoor. Wegafsluitingen, wegwerkzaamheden en evenementen worden gemeld in een meldsysteem, meestal MELVIN. Rijkswaterstaat plant zijn werkzaamheden in een eigen systeem, SPIN, en deelt die zowel via MELVIN als via een eigen datastroom bij NDW. Een kleiner deel van de gemeenten en provincies gebruikt een ander meldsysteem of meldt niet digitaal. De meldingen vormen de basis voor reisinformatie aan verkeerscentrales, navigatiediensten en andere serviceproviders. Veiligheidsmeldingen, zoals een spookrijder of een obstakel, worden op het hoofdwegennet door Rijkswaterstaat afgehandeld en via NDW gedeeld. NDW ontvangt daarnaast geanonimiseerde gegevens van autofabrikanten.
Elke schakel in deze keten bepaalt de kwaliteit aan het eind. Een bord dat verkeerd in de database staat, of een snelheid die na een nieuw bord niet is aangepast, levert een verkeerde regel in de navigatie op. Dat geldt ook voor een melding die niet wordt bijgewerkt als werkzaamheden uitlopen of verschuiven.
Waar komen snelheden vandaan?
De snelheid in de navigatie kan uit drie verschillende stromen komen:
George en MELVIN zijn aparte applicaties met elk een eigen doel: George voor de fysieke kenmerken van het wegennet, MELVIN voor werkzaamheden en evenementen. Een melding in MELVIN beschrijft het plan; de tijdelijke borden zelf staan er niet in. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata adviseert om tijdelijke borden daarnaast in George of een gekoppeld beheersysteem vast te leggen. Gebeurt dat, dan staat één wegwerkzaamheid op twee plekken, en moeten beide apart worden bijgewerkt als het werk wordt verlengd of verschoven.
Rijkswaterstaat stelt zelf vast dat navigatiesystemen bij wegwerkzaamheden niet altijd de juiste informatie tonen. Daar zijn meerdere oorzaken voor:
Ook vaste snelheden wijken af
Ook bij vaste maximumsnelheden lopen de digitale en de fysieke situatie uit elkaar. NDW vergeleek in 2026 de maximumsnelheden in het Nationaal Wegenbestand met die in OpenStreetMap. Bij een deel van de gemeenten was het verschil kleiner dan 1%, bij andere week meer dan 5% af.
In een pilot controleerde NDW, met toestemming van tien gemeenten, de afwijkende snelheden met straatbeelden, verkeersborddatasets, gegevens uit lokale assetmanagementsystemen en informatie uit George. In Westland daalde het aandeel afwijkende snelheden van 11,5% naar 4,0%, in de Hoeksche Waard van 7,8% naar 4,0%. Landelijk daalde de gemiddelde afwijking mede door de pilot naar 3,6%.
Een afwijking van OpenStreetMap betekent niet automatisch dat het Nationaal Wegenbestand fout is. De pilot laat wel zien dat gerichte controles een groot deel van de afwijkingen kunnen oplossen.
De verplichting geldt, maar de uitwerking loopt nog. Op een aantal punten zijn de afspraken nog niet gemaakt.
Bij wegwerkzaamheden verandert de situatie op straat vaak en snel. Er komen tijdelijke snelheidsbeperkingen, rijstroken gaan dicht en afzettingen verschuiven met het werk mee. Juist daar lopen de fysieke en de digitale situatie het makkelijkst uit elkaar.
De ITS-Regeling raakt dit op meerdere momenten:
Aannemers zitten al in de keten. Zij melden werkzaamheden en afsluitingen in MELVIN, samen met de wegbeheerders. Het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata adviseert wegbeheerders bovendien om in contracten met aannemers af te spreken dat geplaatste borden digitaal worden aangeleverd. Dat maakt de aannemer een directe bron van de verkeersinformatie.
Hoe werkt MELVIN?
MELVIN is de landelijke applicatie om geplande werkzaamheden en evenementen in te voeren en af te stemmen, op de weg, het spoor en het water. Een melding beschrijft onder meer het type werk, de uitvoeringsperiode, de werklocatie, de verwachte hinder, de beperkingen per type weggebruiker en eventuele omleidingsroutes. Een tijdelijke snelheidsbeperking kan als beperking worden opgenomen.
Aannemers voeren meldingen in namens de wegbeheerder en dienen die via MELVIN in. De beoordeling blijft bij de wegbeheerder. Is een melding goedgekeurd, dan wordt die publiek zichtbaar en als open data gedeeld in DATEX II, de Europese standaard voor verkeersgegevens. Rijkswaterstaat plant zijn werkzaamheden in een eigen systeem, SPIN, en importeert die in MELVIN.
Het gebruik van MELVIN is geen wettelijke plicht. De ITS-Regeling verplicht wegbeheerders om afsluitingen en wegwerkzaamheden op de Europese hoofdroutes digitaal beschikbaar te stellen, maar schrijft geen systeem voor. Het gebruik van MELVIN wordt geregeld in afspraken tussen wegbeheerders en in contracten met aannemers.
De lat om verkeersinformatie digitaal te delen wordt steeds hoger gelegd. Afsluitingen en wegwerkzaamheden moeten op de belangrijkste Europese hoofdroutes al digitaal worden gedeeld, inclusief elke wijziging. Vanaf eind 2028 geldt dat ook voor tijdelijke verkeersbeheersmaatregelen.
Digitale bebording speelt daarin een belangrijke rol. Verkeersborden zijn zelf geen verplicht gegevenstype, maar veel verkeersregels die wel digitaal moeten worden gedeeld, zoals snelheden en beperkingen, worden er volledig of gedeeltelijk uit afgeleid. Wie de bebording digitaal op orde heeft, maakt het dus makkelijker om aan de verplichting te voldoen. Dat vraagt om een actueel overzicht van alle borden, ook van tijdelijke borden die worden geplaatst, verplaatst en weggehaald.
Asset tracking maakt dat overzicht mogelijk. Met een asset tag op borden en bebakening is per object de actuele locatie zichtbaar, en wanneer het object is verplaatst. Dat geeft wegbeheerders en aannemers een feitelijke basis om te controleren of de situatie op straat overeenkomt met de vergunde maatregel en de melding in MELVIN of George, en om meldingen en registraties bij te werken als een werk uitloopt of verschuift.
Dit artikel is gebaseerd op de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving en op publicaties van de Rijksoverheid, het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata, het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata, NDW, het Nationaal Wegenbestand en Rijkswaterstaat, zoals bekend op het moment van publicatie. Kwaliteitseisen en afspraken worden nog uitgewerkt. Raadpleeg voor de meest actuele informatie de officiële bronnen. Aan de inhoud van dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Complexe onderwerpen begrijpelijk maken, en me er eerst in vastbijten: dat geeft me energie. In mijn eerdere werk in de marketing heb ik al met veel plezier gewerkt met bedrijven in de bouw, infra en transport. Als online marketeer bij GPS-Buddy schrijf ik daarom ook graag over ontwikkelingen in deze sectoren. Met diezelfde energie schrijf ik over onze eigen oplossingen: hoe ze werken, en wat dat concreet oplevert voor wie ermee werkt. Voor de artikelen haal ik kennis op bij collega's en verdiep ik me zelf in wat er speelt, zodat elke tekst klopt en compleet is.